Geschiedenis van het HOK JOS VERCAMMEN (deel I) |
|
Jos Vercammen, echtgenote Anita en de kinderen vormen hier één blok, hangen aan elkaar, steunen elkaar door dik en dun, kortom vormen één geheel waar men naar opkijkt. Jos kan er trots op zijn, hij beschikt over een der compleetste duivenstammen van de internationale duivenwereld, maar bovenal wordt hij door eigen gezinsleden gerespecteerd en jawel volop in ere gehouden. En die weten waarom ze dat doen, ze kunnen altijd en overal op hem rekenen, en kregen in hun leven datzelfde respect mee dat Jos van zijn eigen ouders erfde. En geloof me, dat vindt u hier in de 21e eeuw niet zoveel meer, dat is een rariteit geworden in onze hedendaagse samenleving. Vandaar dat dit toch maar eens uit mijn pen moest, om aan te tonen dat deze Jos Vercammen niet alleen als duivenkampioen maar ook als mens een uitzonderlijk groot man is.
PERIODE 1990 - 2000 DEEL 1: De koning van de baronie Vremde DEEL 2: De duiven van de keizer DEEL 3: De “Panter – Yasmine” Dynastie DEEL 4: Racing to 2000 Het zo landelijk gelegen en rustige Vremde heeft in de duivensport ongetwijfeld een internationale weerklank verkregen, en daar heeft het HOK JOS VERCAMMEN duidelijk zijn steentje toe bijgedragen. Het zal inderdaad al vlug een viertal decennia geleden zijn dat JOS VERCAMMEN zijn eerste passen op de weg naar de roem zette. De stapel successen die hem sindsdien te beurt gevallen zijn, hebben duivenminnend Vlaanderen niet alleen met bewondering doen opkijken, maar hebben ook zowat iedere fervente duivenliefhebber geobsedeerd. Dit Antwerpse kampioenenhok heeft binnen een kwarteeuw wereldfaam opgebouwd. Aan de basis van die roem liggen jarenlange alles vernietigende prestaties gaande van snelheid, alover de halve fond naar de lichte fond toe, met zelfs geregeld een uitschieter op een zware fond vlucht. Jos en zijn huidige rechterhand zoon Lars kweekten destijds met aan de basis hun BOURGESlijn en op datzelfde met rozen bezaaide pad verscheen dan die onvergetelijke PANTER-YASMINE dynastie, waaruit ze te Vremde een niet meer bij te houden aantal crackduiven en 1e prijswinnaars kweekten (meer dan 500 verschillende liefhebbers speelden reeds 1e prijzen met het ras JOS VERCAMMEN). Dit alles gevolgd door andere gouden toplijnen en stamkwekers zoals daar onermeer zijn: PETRA, BECKHAM, DECO, BARCO, BOSKO, BEAUTY, MITU en noem maar op... Stuk voor stuk getalenteerde duiven die reeds met internationale referenties overladen werden, en die met een weelde aan klasse en talent werden gezegend. Begrijpelijk dat men vanuit zo een superieure basis de ene opmerkelijke topduif na de andere kweekt, of anders gesteld: “Als je met zo een stam kan vertrekken moet het makkelijk zijn om aan de top te blijven”.
DEEL 1: De koning van de baronie Vremde We schrijven december 1991. Door het uitzenden op televisie van de Oscaruitreiking in filmland had men met ondergetekende meteen een aandachtige kijker bij. Hebt u ook gekeken? Gesteld dat de duiven de acteurs zijn en de liefhebber de regisseur, hebt u zich dan ook al eens afgevraagd waarom er nog steeds geen “Oscar” in de duivensport wordt toegekend? Een objectieve jury, wat me in duivenland een utopie schijnt, zou naar mijn bescheiden mening toch moeilijk kunnen voorbijgaan aan het superhok Jos Vercammen uit Vremde. Er kan maar één laureaat zijn maar we maken ons toch sterk om te beweren dat de drievoudige koning van het Zuid Antwerps Verbond (Z.A.V.) wis en zeker tot de genomineerden zou behoren. Als midden van zijn succesvolle duivenmelkercarrière koos Jos Vercammen voor de landelijke Antwerpse gemeente Vremde, oorspronkelijk een heerlijkheid en sinds 1660 een baronie. Komt het nu door dat adellijke milieu of omdat Jos als groothandelaar in fruit dagelijks tussen de ‘Goudrenetten’, de ‘Doyenné du Comice’ of ‘Comptesse de Paris’ zit, feit is dat hij nu al vele jaren oog heeft voor de koningstittels in zowel de hogeschool van de duivensport Union Antwerpen als later in Z.A.V. 1983: 4e koning Union Antwerpen 1984: 2e koning Union Antwerpen 1985: 2e koning Union Antwerpen 1986: 2e koning ZAV 1987: 1e koning ZAV 1988: 2e koning ZAV 1989: 2e koning ZAV 1990: 1e koning ZAV 1991: 1e koning ZAV Zeg nu zelf, dat ze op één hand te tellen zijn de melkers die zo een aantal adelbrieven kunnen voorleggen. Gesnapt waarom hier een ‘Oscar’ best op zijn plaats zou zijn! Decors In het scenario van regisseur Jos Vercammen wordt hierbij vooral naar degelijkheid gestreefd. Achter zijn gezellige villa, midden een groene zone en met een romantische vijver op de achtergrond, staat de duivenaccommodatie. Geen glitter en bombastische constructies, maar wél efficiënte, droge en goed verluchte hokken en volières. De weduwnaars vinden een prima onderkomen bovenop het magazijn waar de verleidelijke geur van vers en gezond fruit u graag aanzet tot diep ademhalen. Kortom een ideale plek voor mens en dier ware het niet dat de sperwers en de hoogspanningskabels in de buurt vrijwel dagelijks hun tol eisen. Podiumervaring gewenst “Kweek nooit uit duiven waar je niets van weet”, schudt Jos ons wakker, “het domste wat men kan doen, is duiven op de kweek gaan zetten waar men niet eens van weet wat ze waard zijn.” Inderdaad, bij de koning uit de Antwerpse Kempen dienen alle niet bevlogen en bewezen bijhalers eerst hun examen af te leggen. Bij de opbouw van zijn stam ging hij oordeelkundig en selectief te werk. Omdat de melker enkel het uiterlijke kan beoordelen en niets weet over de intrinsieke waarde, heeft Jos alle duiven gespeeld en nog maar eens gespeeld. Duiven, hoeveel ze ook moge gekost hebben, die niets bewezen gingen er onverbiddelijk uit. “Kweken uit topduiven... daar gaat het om. Wie begint met nietsnutten eindigt met nullen en duivensport is nu toch eenmaal een weg van vallen en opstaan”, verduidelijkt Vercammen ons. “Bij de keuze van uw basisduiven kan je nooit streng genoeg zijn. Ik ook heb moeten zoeken en proberen... gefaald... opnieuw geprobeerd en uiteindelijk toch gelukt. Ja, jongen, wij ook hebben hier soms dure duivensoep gegeten”. Hoofdrolspelers Uit prima kweekmateriaal heeft onze drievoudige koning de ‘Vercammenduif’ gekweekt en dat zoeken naar beter gaat de dag van vandaag nog steeds onverdroten verder. In het huidige kampioenenbestand profileren zich nadrukkelijk en steeds opnieuw de volgende basislijnen: * De Stocesduiven en de lijn van de beroemde “Ieverige” van Herbots Gebr. Uit Halle-Booienhoven. * Ook de William Geertsduiven, Schilde gaven een stoot opwaarts met o.m. een dochter uit de “Kleine Lichten 480-77” (vader van 2 Olympiadeduiven), een zoon van “Den 1000” en een zoon uit “Gier 441-75” x “Dochter 019” Janssen Gebr. uit Arendonk. * De meeuwduiven uit het stamkoppel “Ventje” x “Vlinder” van Alois V.D.Plas (Rijkevorsel) zorgden ook voor prima nakomelingen. * Bewezen kwekers van nu zoals de “637-83”, de “648-83”, een dochter uit de “Jonge 78.000” Van Berendonck plus een zuster van de “Asduif Union” komen nog van het Vorselaarse kampioenenhok Antoine Jacops. * Een gouden aankoop deed Jos Vercammen op de totale verkoop van Alfons Slaets, Lint. Hier nam hij de “Zwarte Panter” mee als zoon van “Zoon Panter” Raoul Verstraete x “Kadetduivin” Meulemans. * In 1991 kocht hij op de verkoop van Raoul Verstraete nog een dochter uit diens wonderkweker “De Rapido”. Zoals u ziet een beperkt maar uitzonderlijk klasvol gezelschap, de duivenkoning van Vremde waardig.
De “Bourgesman” als hengst Een van de meest belovende duiven van het hok, de “Bourgesman”, die als jonge duif en als jaarling kopprijzen vloog, werd op driejarige leeftijd door een sperwer zodanig gekwetst dat hij zijn plaats verloor in de vliegploeg. William Geerts heeft hem nog toegenaaid als een echte chirurg en daar twee jonge zonen van de “Bourgesman”, de “Turbo” en de “Kleine Lichte”, het behoorlijk deden, werd de gekwetste op het kweekhok geplaatst. “Dat is de beste beslissing die ik ooit op mijn hok heb genomen”, vertelde Jos Vercammen ons. De “Bourgesman” heeft zich ontpopt als een beste kweker en zowel bij de oude, als bij de jaarlingen en de jonge duiven zitten sedert ’88 in zijn nageslacht nog steeds duiven, die stuk voor stuk kopprijzen vliegen. Hij werd met verscheidene duivinnen gepaard en al zijn afstammelingen bleken evengoed. In ’90 gaf de “Bourgesman” met een nicht vier zonen, waarvan drie extra’s.
The King and I Buiten de kweekkoppels en hun kroost wordt er aan de Grote Hoeveweg te Vremde niets genoteerd. Zoon Tom, die een grote hulp betekent bij de verzorging van de duiven, volgt nu lessen en zal daar weldra iets aan wijzigen door het hele duivenbestand op computer te zetten. Jos, die van elke duif de afstamming in het hoofd heeft, weet niettemin zeer goed waarover hij praat, maar dan wel in zijn eigen stijl en met eigen woordenschat. De antwoorden op uw vragen komen dan als een spervuur op u af en we geven collega G.R. dan ook volkomen gelijk waar hij destijds schreef, dat het voor elke reporter een moeilijke klus is om bij Jos Vercammen een ordentelijk verslag te maken. Een gewaarschuwde man is er twee waard en we haalden ons vragenlijstje boven: - Hoe zit het met de vliegers en welk spelsysteem hanteer je? De weduwnaars worden op de traditionele wijze op weduwschap gespeeld. DE jongen worden doorgaans op gescheiden geslachten gespeeld en beloftevolle jonge duivers hebben aan een enkele halve fondvlucht ruim voldoende. Het voorbije seizoen vloog een 16-tal jaarse duivinnen voor het eerst op weduwschap en wel volgens het systeem van mijn vriend Remi De Mey. Dit laatste wordt absoluut verder gezet gezien het enorme succes. - Men beweert dat succes uitgesloten is zonder stipte verzorging en training. Wat denkt Jos Vercammen daarover? Laat me niet lachen... De meeste melkers onderschatten spijtig genoeg het aanpassingsvermogen van de duif. Stippel een plan en een systeem uit en wijk hier verder nooit van af en de duiven zullen zich wel aanpassen. Iemand als ikzelf, die ’s morgens om 7.30 uur het huis uit is en pas ’s middags om 14 uur terug is, moet het toch zo doen. De broodwinning primeert nog altijd op het duivenspel, bij mij toch, en de consequenties daarvan moet je er dan maar bijnemen. Naar liefhebbers, die hun falen wijten aan een gebrek van voldoende tijd, heb ik geen oor. Hen ontbreekt doorgaans zin voor planning, ambitie en vakmanschap om het zo maar eens te zeggen. Eerlijkheidshalve dien ik hierbij te vermelden dat ik sinds enkele jaren kan rekenen op de totale inzet en hulp van mijn zoon Tom, een liefhebber in hart en ziel, en die als student al zijn vrije tijd spendeert aan de duiven. - Medische begeleiding wél of niet? Als je hiermee bedoelt van de duiven gezond te hebben en te behouden, dan antwoord ik bevestigend. In alle andere gevallen is het njet. Voor het seizoenbegin breng ik een bezoek aan de dierenarts en halfweg de zomer staat de alomgekende Ridsolkuur op het programma. Tijdens het seizoen worden regelmatig meststalen bij de man van de wetenschap gedeponeerd, die de uitslag dan telefonisch laat kennen. Meestal is de uitslag negatief en speel ik gewoon verder op de natuurlijke manier ofte water en graan. Ik ben er trouwens heilig van overtuigd, dat wanneer men met oude duiven wil presteren men zoveel mogelijk van alle rommel moet afblijven. - Is Jos Vercammen een man van specialisatie? Het een volgt uit het andere en ik denk niet dat mijn hoger vernoemde systeem zich leent tot specialisatie. Ik speel zowel vitesse, halve fond en lichte fond hoewel met een uitgesproken voorkeur voor de twee laatstgenoemde afstanden. Dit seizoen vlogen de duivinnen en jongen echt formidabel, maar ook de oude en vooral jaarse duivers behaalden spetterende resultaten. Trouwens naast het koningschap in ZAV werd ik ook 1e kampioen bij de jongen, duivinnen en jaarduiven. Nationaal en provinciaal kon ik me ook laten opmerken en wel als 3e kampioen van België KBDB jaarlingen en 4e provinciaal kampioen halve fond jongen. - Welke steracteurs werken onder regie van Jos Vercammen? Op het kweekhok zijn dat ongetwijfeld de “Bourgesman 075-86” en de “Kleine Blauwe van ‘82”. Eerstgenoemde won als jong o.a. een 3e prijs Bourges en als jaarling de 5e prijs provinciaal Bourges. Kwetste zich als tweejaarse in de hoogspanningskabels en kwam op het kweekhok. Het gaat hier om een zoon van “Broer Argenton 824-83” (Geerts x Herbots Gebr.) met de “366-85” (V.D.Plas x Herbots Gebr.). De “Kleine Blauwe van ‘82” werd gekweekt uit een dochter van de beroemde “Kleine Lichten 480-77” (soort William Geerts als vader van 2 Olympiadeduiven) en vloog aanvankelijk formidabel in Union Antwerpen en Fondclub Antwerpen. Koppelingen van de “Bourgesman” met dochters van de “Kleine Blauwe” resulteerden al vaak in opperbeste vliegers. Bij de vliegduiven is het de “Yasmine 831-90”, die ongetwijfeld aan kop staat. Deze duivin vloog het voorbije seizoen 14 vluchten en klasseerde zich 12 maal per tiental. Werd in ZAV 1e asduif zowel bij de oude, jaarse als duivinnen. Uitblinker bij de oude duiven was drie jaar na elkaar den “Turbo 671-87”, die als zoon van de “Bourgesman” een weergaloos palmares bijeen vloog en vanaf 1992 de dienst op het kweekhok zal mee uitmaken. Als jaarduif was de “Senna 965-90” de grote uitblinker terwijl bij de jonge garde de “Etim 011-91” alle aandacht naar zich trok. Coda De groothandel in fruit legt een zware hypotheek op het duivenspel bij Jos Vercammen uit Vremde. Zoveel is duidelijk. Alles verloopt er aan een tempo zoals in een versnelde film. Rasacteurs hebben ‘het’ echter in zich en kunnen tegen een stootje. Hun spetterende prestaties spreken boekdelen over het doorzicht en vakmanschap van regisseur Jos Vercammen. Het zijn net zo’n mannen die een ‘Oscar’ in ontvangst mogen nemen... helaas, enkel in filmland!
Het Bamiske. |
|