|
1e Generaal kampioen in fondclub Antwerpen in 2004-2005 en 7x in eerste 7 op nationale vluchten in 2005 |
Fondclub Antwerpen omvat de hele provincie Antwerpen, waarin anno 2005 nog zo’n 9.000 liefhebbers actief waren. Slechts een beperkt deel daarvan neemt deel aan de vluchten tussen 450 en 750 km. Die vluchten worden er verspeeld in 3 categorieën: oude duiven, jaarlingen en jonge duiven. Als men daarvan als eerste in de geschiedenis 2 jaar achter elkaar generaal kampioen wordt, betekent het dat men adelbrieven kan overleggen die slechts weinigen gegeven zijn. Jos Vercammen uit Vremde is dan ook terecht trots op deze prestatie. Voor mij was ze in ieder geval reden genoeg om hem op te gaan zoeken en alle facetten van de duivensport met hem te bespreken. Het relaas daarvan volgt hieronder. EVEN VOORSTELLEN. In de uitslagen staat hij vermeld als ‘Hok Jos Vercammen’, maar beter was het wellicht te spreken over ‘Familie Vercammen’, want duivensport is hier nog echt gezinssport, waaraan iedereen een bijdrage levert. De supervisie is in handen van de 55-jarige Jos, die al vanaf zijn 17e jaar duiven heeft en daarin heel klein is begonnen. Vanwege tijd- en geldgebrek hield hij toen in de winter 8 koppeltjes door waarmee hij alleen de vitessevluchten speelde. Dat tijdgebrek speelde vooral in de tijd dat hij een groothandel in fruit bestierde, waarbij een omvangrijke boomgaard met allerlei fruitbomen hoorde. Dat was hard werken geblazen en dat gedurende veel uren per dag. Door dat harde werken kon hij zich echter ook opwerken tot iemand met meer dan modale financiële mogelijkheden, zodat hij een aantal jaren geleden zijn handel van de hand kon doen en kon gaan rentenieren. Hoewel rentenieren met zo’n collectie duiven een betrekkelijk begrip is… Ook echtgenote Anita is intussen bij de duivensport betrokken, al blijft haar rol veelal beperkt tot het gaan lappen van de duiven. Zoon Lars van 16 trekt met Jos de hokken in en heeft zich ook gespecialiseerd in het werken met de computer. Alle wetenswaardigheden rond de duiven worden daarin door hem opgeslagen, terwijl hij vanaf dit jaar ook de internetsite mede gaat bewerken. Dochter Yasmine is de uitzondering in het gezin, want zij heeft totaal geen interesse in de duiven. Daarin onderscheidt zij zich sterk van de 11-jarige Ilke, waarvan Jos zegt, dat zij de aanleg heeft om een goede duivenliefhebster te worden met als basis haar grote liefde voor alle soorten dieren en duiven in het bijzonder. Jos heeft momenteel een omvangrijke kolonie, maar wil zeker geen slaaf van zijn duiven zijn. Zoveel mogelijk tracht hij de hele verzorging in 2 uur per dag te volbrengen, want ‘Er moet nog tijd over blijven voor andere leuke dingen in het leven’. Tot die andere leuke dingen hoort voor hem zeker de bijna dagelijkse tochten op de racefiets. ‘Goed voor de geest en voor de lichamelijke conditie’, is zijn vaste overtuiging. STAMVORMING. Zoals de meeste Belgische toppers is Jos als zuivere vitessespeler gestart. Eigenlijk vanaf het begin ging het spel op de korte afstanden hem goed af, maar toen in het begin van de jaren ’80 de financiële mogelijkheden beter werden, is hij zich duiven aan gaan schaffen voor de verdere afstanden. De verkoop van zijn bedrijf werd nog bespoedigd dooradat het zware werk in de boomgaard leidde tot chronische problemen met hernia. De bomen werden gekapt en een schitterende tuin aangelegd met daarin de nodige duivenhokken. Aan de voorzijde van het perceel verrees een riante bungalow. Bij wie schafte Jos zich duiven aan om de overstap naar de halve fond te wagen? In de jaren ’77 en ’78 kwam hij via Herbots aan duiven van Frans Stoces uit het Limburgse Winterslag. Daarna kwamen er de Mariën – Meulemansduiven via William Geerts te Schilde en in Arendonk haalde hij bij de beroemde mannekes 2 kleinkinderen van de even beroemde ‘019’. Tenslotte haalde hij bij Aloïs van der Plas 4 kinderen van het bekende koppel ‘Ventje’ x ‘Vlinder’, dat van de nog steeds betreurde Arie van de Hoek kwam. Deze duiven werden onderling gekruist en uitgetest op de vluchten. Het credo luidde toen: ‘Kweken, spelen en wat goed bleek weer kweken’. Daardoor werden de resultaten steeds beter en al doende werd de basis gelegd voor het ‘ras Vercammen’. Nog steeds vormen duiven uit deze lijnen de basis van de huidige kolonie. Ondanks het feit dat Jos steeds afstammelingen van bekende duiven bijhaalde, zegt hij daarbij nooit in eerste instantie naar de pedigree te hebben gekeken. Maar als hij naar een liefhebber ging om iets bij te halen, eiste hij dat ze van zijn beste kwamen. Pas daarna kwam de pedigree ter sprake! Ondanks dat de overgang naar de halve fond succesvol was verlopen, was Jos nog niet voldaan. Hij wilde méér, hij wilde ook duiven die de kleine fond aan konden. Daarvoor klopte hij in 1988 aan bij Theo Gilbert in Zulte en kocht er 2 kleinzoons van diens bekende ‘Panter’. Die zijn nog steeds verantwoordelijk voor de donkere soort in het ‘ras Vercammen’. Eén ervan werd ook ‘Panter’ genoemd (86-6056506) en die werd gekoppeld aan de ‘Yasmine’ 90-6244831, die van de eigen soort was. Dit werd het basiskoppel van de huidige kolonie, want elk jaar schonk het verschillende kopduiven en dat van 100 tot 700 km. De jaren erna werden nog duiven gehaald bij Lou Wouters in ’s Gravenwezel (1997), de soort waarmee ook een André Roodhooft zo uitzonderlijk geslaagd is. Vanaf 2003 kwamen er dan nog duiven van Dr. Schwidde uit het Duitse Spengen, die vooral de soort van Louis van Hove (Merksplas) en via J. Grondelaers de oude Janssensoort onder de pannen heeft. Zoals men ziet heeft Jos geen massa duiven bijgehaald, maar wel steeds van de beste. Momenteel zijn zowat alle duiven familie van elkaar en kan men dus van een eigen stam spreken. Meen echter niet, dat Jos met alle aangeschafte duiven ook gelukt is; dat zou al te mooi zijn. ‘Wij hebben soms dure duivensoep gegeten…’, verzucht hij. HUIDIGE KOLONIE. Jos en zijn familie hebben momenteel de zorg over een omvangrijke kolonie, zeker naar Nederlandse begrippen. Op de kweekhokken verblijven 21 echte kweekkoppels en 12 proefkoppels, waarvan de afstammelingen extra aan de tand worden gevoeld. Daarnaast zitten er 36 koppels waarvan de doffer op weduwschap wordt gespeeld (te weten 22 jaarlingen en 14 oude doffers) en 30 koppels waarvan met de duivin gevlogen wordt. Dat betekent dus ongeveer 200 oude duiven en daar komen nog zo’n 160 jonge duiven bij. Deze laatste kunnen worden verdeeld in 60 vroege jongen en 100 jongen die later in het jaar werden gekweekt. Deze laatste komen met name uit de vliegduiven, want Jos probeert ook daartussen goede kweekduiven te ontdekken. Zelf noemt hij dit wellicht zijn sterke punt: ‘Kweek nooit uit duiven waar je niets van weet en waarvan men zelfs de waarde als vliegduif niet kent. Hier moeten alle bijgehaalde duiven eerst op de vluchten hun kwaliteiten tonen, pas daarna worden ze voor de kweek ingezet. Men moet uit topduiven kweken, want wie met nietsnutten begint, zal met nullen eindigen! Ik durf ook gerust een jonge duif die onder normale omstandigheden enkele weken achter elkaar aan de kop vliegt, meteen naar het kweekhok te verwijzen. Maar ook daar zal ze rap haar kwaliteiten op dat gebied moeten tonen!’ In vrijwel alle koppels zit momenteel de lijn van de ‘Yasmine’ of van de ‘Panter’, waarbij hij het geluk heeft dat deze duiven hun kwaliteiten zo gemakkelijk aan hun nakomelingen doorgeven, zodat er jaarlijks nieuwe cracks worden geboren en ontdekt. Vanwege de geweldige prestaties van vooral de laatste 10 tot 15 jaar kregen Jos en Lars de bijnamen ‘stuntmannen’ of zelfs ‘untouchables’ opgespeld en steeds opnieuw bewezen zij deze namen waard te zijn. Immers steeds opnieuw wisten zij nieuwe topprestaties en stunt-uitslagen op hun naam te schrijven, waarvan wij verderop in deze reportage meer zullen laten zien. GANG VAN ZAKEN. De kweekduiven werden vorig jaar (2004) op 1 december gekoppeld en de vliegduiven een maand later; eieren verleggen van de ene naar de andere afdeling was er dus niet bij. Bij de kwekers vindt redelijk wat familieteelt plaats, maar nooit te dicht. ‘Wellicht hierdoor lukken er heel wat liefhebbers met duiven die ze hier gehaald hebben’, zegt Jos, ‘want ze laten zich makkelijk en met succes kruisen’. Hij noemt zichzelf in de eerste plaats een ‘duivenspeler’, pas daarna komt bij hem de commerce om de hoek kijken. ‘Ik doe altijd mijn best om de eerste te zijn’, legt hij verder uit. ‘Daarom doe ik mijn beste duiven nooit weg, nog niet voor alle geld van de wereld!’ Van de kwekers kweekt hij eerst 2 of 3 rondes voor zichzelf, daarna worden ze 2 maanden gescheiden. Vervolgens mogen ze nog 2 nesten groot brengen, die meest voor de verkoop bestemd zijn, maar voor zichzelf kiest hij er ook hier 8 tot 12 van uit, die op hun beurt weer bestemd zijn voor de kweek of als partner van een speciale vliegduif. Met de vliegduiven wordt één ronde jongen gekweekt. Als deze jongen zo’n 14 dagen oud zijn wordt de ouder waarmee gespeeld gaat worden weggenomen en naar de volière overgebracht. Als de jongen gespeend zijn gaan de vliegdoffers terug naar de vliegafdeling en verhuist hun duivin naar de ren, waar dan ook de vliegduivinnen een plaatsje krijgen. Sinds 2 jaar worden de doffers vóór aanvang van de vluchten niet meer herkoppeld, dit naar het voorbeeld van enkele Nederlandse vrienden, die beweerden dat men zodoende de doffers enkele weken langer kon spelen, soms zelfs tot begin augustus. De vliegduivinnen daarentegen worden op 1 april opnieuw gekoppeld, mogen daarna 6 of 7 dagen broeden en worden opnieuw gescheiden. Deze duivinnen gaan elke week de mand in, maar worden 1 juli opnieuw gekoppeld om er de mooie najaarsklassiekers mee op nest te kunnen spelen. Het moet gezegd worden, dat de nationale vlucht uit Bourges voor hen meestal te vroeg komt en dat de afsluitende vlucht uit Vichy juist iets te laat komt. Met name op Argenton en La Souterraine zullen zij het dus moeten doen. De weduwnaars worden na hun laatste vlucht nog eens gekoppeld en mogen dan éénmaal gedurende 10 dagen broeden. Om hen goed voor te bereiden op de winterkweek van het volgende seizoen mogen ze echter geen jongen meer krijgen. Ook voor de oude duiven acht Jos het belangrijk, dat ze goed ingevlogen aan de start verschijnen. Daarom worden de a.s. weduwnaars driemaal opgeleerd tot 60 km en gaan daarna eenmaal naar Quiévrain (+ 100 km), terwijl de duivinnen 3 keer worden opgeleerd van 25 km, daarna enkele keren van 60 km, gevolgd door een vlucht uit Quié vrain om vervolgens op de echte wedvluchten te worden ingezet. SPEL MET OUDE DUIVEN. De weduwnaars verblijven de hele week los op het hok, waar ze dan een halve nestbak tot hun beschikking hebben. In het begin van het seizoen trainen ze alleen ‘s middags, maar vanaf half mei ook ’s morgens, maar bij regen komen ze niet los. Dat is bij grote hitte ook ’s middags het geval. In principe moeten ze elke week mee, maar na een zware vlucht krijgen ze al eens een weekje rust. In de eerste maand van het weduwschap worden vóór de inkorving geen duivinnen getoond omdat het dan alleen om vitessevluchten gaat. Bij thuiskomst zit echter altijd de duivin te wachten. Het echte spel begint voor Jos pas in mei. Aanvankelijk worden dan vóór de inkorving alleen enkele schotels op de vloer geplaatst, dit om ze te leren vlot binnen te lopen, later wordt ook de duivin getoond. Toen Jos pas begon met de duivinnen op weduwschap te vliegen, probeerde hij deze op dezelfde wijze te behandelen als de doffers, maar toen waren hun prestaties toch zichtbaar minder. Daarna is hij vóór de inkorving de doffers gaan tonen en toen presteerden ze even goed of zelfs beter dan de doffers. Nu durft hij te stellen, dat de gezondheid van de duiven en de aangeboren klasse belangrijker zijn dan het gevolgde systeem. De duivinnen – die dus vanaf een groot jong van start gaan – trainen in principe tweemaal per dag. Tot de jongen 14 dagen oud zijn worden ze elke avond in hun bak opgesloten om misvliegen te voorkomen. Na het spenen van de jongen worden ze ’s nachts opgesloten in 2 kleine hokjes. Eigenlijk zijn dat slechts zitkapjes met een deur van gaas ervoor. Overdag zitten ze in de ren, behalve bij regenachtig weer. Als dat het geval is, moeten ze weer op de kapjes zitten, dit alles om te zorgen dat ze niet onderling gaan paren. Ook het wekelijks spelen helpt mee om eventuele lesbische neigingen te onderdrukken. Dat bij thuiskomst van elke vlucht de doffer zit te wachten is natuurlijk logisch. De partners mogen dan tot ’s avonds bij elkaar blijven, zodat er toch iets van affectie tussen beide blijft bestaan en er niet zo gauw naar sexegenoten wordt omgezien. SPEL MET JONGE DUIVEN. Vanaf eind februari worden de jonge duiven tussen 17.30 en 08.00 uur verduisterd. De verschillende rondes jongen worden alle op aparte afdelingen ondergebracht. Voor de vroege jongen (dus deze van de kwekers) duurt de verduistering voort tot half mei, voor de latere was dat vorig jaar tot 8 juni. In 2006 worden de laatste nog 2 weken langer verduisterd gehouden teneinde op de slotvlucht uit Vichy nog gensters te kunnen slaan. Voor de vluchten beginnen (ongeveer half mei) worden de jongen minstens 8 keer opgeleerd, te beginnen vanaf 3 en 5 kilometer, dit vooral om ze de mand te leren kennen. Daarna worden ze tot 30 km opgeleerd en daarbij meestal mand voor mand losgelaten en tenslotte gaan ze met de vereniging nog een keer naar Quiévrain. Toen ik bij Jos op bezoek was voor deze reportage gingen juist Anita en Ilke de jongen voor het eerst wegbrengen. Als de jongen 2 vluchten tot 150 à 200 km hebben afgelegd, worden de geslachten gescheiden en worden ze verder op de schuifdeur gespeeld. Vóór de inkorving mogen ze dan enkele uren bij elkaar en na thuiskomst is dat tot ’s avonds of zelfs tot de volgende morgen. Zodoende blijven de intussen gevormde koppeltjes intact. In 2004 en 2005 gingen de beste jongen op de slotvlucht niet meer mee, maar werden op een ander hok ondergebracht. Op de dag van inkorving voor Vichy mochten de geslachten samen uitvliegen en vervolgens bij elkaar blijven, zodat zich nieuwe koppels konden vormen. Jos is ervan overtuigd dat die eerste, prille liefde voor een super motivatie zorgden en voor een sensationele uitslag. Door de harde zuidwestenwind vielen alle vroege prijzen vorig jaar in het oosten van het land, maar Jos wist er zich met 2e en 7e nationaal mooi tussen te plaatsen. Zowel in 2004 als 2005 realiseerde hij een reuze-uitslag. In ’04 klasseerde hij zich in St. Job (regionaal) als 2, 3, 4, 5, 6 enz. en een jaar later als 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8 enz. van 397 duiven. 2e Nationaal werd de duivin 05-6234216, die nu als ‘Vichy I’ door het leven gaat. In hun geboortejaar moeten alle duiven hier flink aan de bak, want selectie op naam en afstamming biedt geen enkele zekerheid voor wat betreft de eigen kwaliteiten van elke duif. Die kan ze alleen op de wedvluchten laten zien en dus moeten ze allemaal de baan op. Daarbij moeten ze echt iets goeds laten zien om hun plaatsje voor het volgende seizoen veilig te stellen. Maar… ‘Ondanks dat ik mijn jonge duiven massaal speel, speel ik ze toch ook op reserve!’, zegt Jos. Hij bedoelt daarmee, dat een jonge duif die 2 of 3 keer kop vliegt, daarna niet meer wordt gespeeld. Op de laatste vluchten van het seizoen gaan dus eigenlijk de duiven mee die nog het minste hebben gepresteerd en toch deed bijna niemand beter op de nationale vluchten voor junioren! Van zichzelf zegt Jos dat hij zijn juniores op de Hollandse manier speelt. Hij gaat dus niet met een klein mandje naar het lokaal maar probeert zijn jongen zo veel mogelijk te spelen. Daarbij waagt hij nog graag een hokje, dus een duif vliegt hier niet gauw in zijn hemd! Poulen (soms zelfs grof poulen) is voor hem een wezenlijk onderdeel van de duivensport, waarmee hij duidelijk tegen de huidige trend ingaat, zeker waar het Nederland betreft! VOEDING EN MEDISCHE VERZORGING. Jos gebruikt bij al zijn duiven alleen de Plusmengelingen van Versele Laga, waarbij in het vliegseizoen nog veel Badische maïs (zelfs tot 50%) wordt gevoegd, omdat deze zoveel energie levert. De laatste 2 avonden vóór de inkorving wordt 2/3 Energie Plus gevoerd, die erg vetrijk is, aangevuld met 1/3 Badische maïs, maar op de inkorfdag zelf is dat 2/3 Superdiëet met 1/3 Badische mais. De duiven mogen altijd zoveel eten als ze lusten, maar na 30 minuten worden de voerbakken weggenomen. Daarnaast hebben ze altijd grit en roodsteen van Versele Laga en piksteen van Natural tot hun beschikking. De duiven worden jaarlijks geënt tegen paramyxo (verplicht) en pokken. In het stille seizoen krijgen ze een 10-daagse kuur met Parastop van Belgica de Weerd, gevolgd door een enting met Endoprim tegen paratyfus. Het hele jaar krijgen ze over het voer Neo Oxygen en Eipulver van de Duitse biochemicus Dr. Schwidde, wat natuurproducten zijn die de duiven een goede weerstand tegen allerlei besmettingen geven. Door deze producten zijn ze kort na de vlucht ook weer mooi rond. Alle dagen gaat er Belgasol van Belgica de Weerd in het drinkwater en de dag na thuiskomst en de dag voor inkorving de zgn. Prangesuppe, wat ook een product van Dr. Schwidde is. Tweemaal per week (ook in de ruitijd) gaat er Sedochol van Herbots in het drinkwater om de lever te ontlasten en tenslotte krijgen met name de jongen nog vier dagen per week appelazijn van Herbots in het drinkwater. Vóór de eerste halve fondvlucht wordt 3 dagen lang BS aan het drinkwater toegevoegd en hetzelfde middel wordt ook tijdens het vliegseizoen nog regelmatig gegeven. Om helemaal zeker te spelen gaat Jos vanaf mei elke week met 10 duiven naar Dr. Cotterie voor een algehele controle. Als deze alles in orde bevindt, wordt niets extra gegeven, want hij is er een tegenstander van om tijdens het vliegseizoen de duiven blind te kuren. Vanaf eind augustus tot eind april blijft ook de controle door Dr. Cotterie achterwege. Om volledig te zijn wat betreft het medische plaatje zij nog medegedeeld, dat de duiven op dinsdag of woensdag gelegenheid krijgen om te baden in zuiver water. HOKINSTALLATIE. Bepaald onder de indruk ben ik geraakt van de totale installatie die zich in de ruime tuin bevindt. De jonge duiven beschikken eigenlijk over een dubbel hok. Achter de ramen is eerst een gang van 1 meter breed met daarachter een hok van 2 meter diep, dat aan de achterkant met een traliewand wordt afgesloten. Achter de traliewand is dan weer een hok van 1.60 mtr diep, waarin nestbakken zijn geplaatst. Deze laatste ruimte mogen de duiven pas betreden als ze paarrijp zijn. Als ze gescheiden zitten gaan de deuren dicht, waardoor ze vrij donker komen te zitten, wat volgens Jos weer uitlokt tot paren als vóór de inkorving de geslachten weer bij elkaar mogen. De vliegduivinnen zitten op 2 afdelingen, elk van 2 x 2 meter en beide aan de voorkant voorzien van een ren. De 2 afdelingen voor de weduwnaars (vorig jaar waren er dat nog 4) zijn 6 meter groot. Daarin huizen dit jaar (2006) slechts 32 doffers, tegen 48 in voorgaande jaren. Jos heeft dit gedaan vanwege de vogelgriep, want hij vreesde dat het vliegseizoen van de oude duiven daaronder flink zou te lijden hebben. Hij besloot zich daarom dit jaar meer op de jonge duiven te gaan toeleggen, dus de concurrentie is bij deze gewaarschuwd! Op de bovenverdieping van dit tuinhok zijn de kweekduiven ondergebracht en tevens is er nog een afdeling voor weduwnaars en een afdeling voor de jonge doffers. Alle afdelingen zijn zodanig ingericht, dat Jos de dagelijkse werkzaamheden tot een minimum kan beperken. ‘De hele verzorging neemt per dag ongeveer 2 uur in beslag, want ik wil geen slaaf van de duiven zijn’, zegt hij. Om dat te bereiken heeft hij de hokken van allerlei snufjes moeten voorzien zoals roosters op de vloer en mechanische mestbanden onder de nestbakken en onder de zitvakken. Het klimaat op de hokken wordt geregeld met allerlei meters, zoals een hygro- en thermometer. Veel aandacht is daarbij besteed aan de verluchting. Die vindt plaats via een open nok in het zeer hoge en vrij steile dak. Op de foto is goed te zien waar het nokgedeelte van het dak begint omdat daar de pannen iets hoger liggen dan daaronder. Verse lucht is zwaarder dan de afgewerkte lucht, dus deze laatste stijgt op en verlaat het hok via de open nok. Doordat de uitgeademde lucht verdwijnt, kan de verse lucht in het hok neerdalen. Dit principe gaat bij hoge temperaturen echter niet op en daarom is voor zulke dagen de mechanische verluchting aangebracht. Ook hier zagen we weer, dat de jonge duiven a.h.w. aan dubbele valplank hebben. De normale valplank is aan het hok bevestigd, maar op ca. 1.50 m. daar vandaan is over de hele breedte van de hokken voor junioren een tweede valplank aangebracht, die zo’n 30 cm hoger is dan de eerste en ongeveer 50 cm. breed. Die extra plank heeft allereerst zijn voordelen bij het uitwennen van de jonge duiven en in het wedstrijdseizoen bij de aankomst van de duiven. En om te zorgen dat de duiven niet op de hoge nok van het dak vallen, is daarop een draad aangebracht, die een landing verhindert. Bovendien is de helling van het hok zodanig dat geen duif erop kan blijven zitten! Zodoende gaat geen seconde verloren, want juist die ene seconde kan een eerste prijs kosten! RESULTATEN. Daar waar de duivensport bijna op beroepsmatige manier wordt beoefend, mogen goede resultaten natuurlijk niet uitblijven. Eerder gaf ik u al de bijnamen die Jos en Lars kregen opgespeld en uit deze mag u afleiden dat het met de prestaties wel snor zit en dat niet alleen op eigen hok. Ook liefhebbers die zich hier duiven aanschaften komen daarmee vaak tot grootse prestaties. Om de lezers te overtuigen van de hier aanwezige kwaliteiten geef ik eerst een aantal uitslagen van het jaar 2004: In 2004 excelleerde met name de ‘Mitu’ 02-6058048, die een zoon is van de Robin’ (uit ‘Kleine Panter’x ‘Zuster Yasmine’) en het ‘’Vuil blauw’, welke een dochter is van de ‘Senna’ 99-3119013 (uit ‘Bijter’ x ‘Bontje’) en ‘Dolores’ 95-3332945 , welke een dochter is van de ‘Wittenbuik’ en ‘Prinsesje’ van Gaby Vandenabeele en daar als eitje werd gehaald en beide van ’88 waren. ‘Mitu’ schreef o.a. de volgende resultaten op zijn naam: Losplaats afst. a.d. pr. Brive 706 757 2 (15e nat.) Vierzon 475 352 5 Orleans 408 747 8 Melun 310 567 11 Melun 310 812 14 Dourdan 366 1.554 15 Deze ‘Mitu’ is niet de enige goede duif uit dit koppel, want ‘Agassi’ 98-065 en ‘Falco’ 03-034 zijn volle broers van hem. Vlak echter ook de ‘Porto’ 03-6287006 niet uit, die kandidaat was voor een plaatsje in de Belgische Olympiadeploeg van 2005. Hij werd geboren uit de ‘Deco’ 01-6387351, die uit de ‘Cosco’ kwam (1e Perigueux, 1e Châteauroux en 2e Bourges), die toen gekoppeld zat aan de ‘Iron Lady’ 97-6145223. Zijn moeder is ‘Mariska’ DV00825-02-499, die van Dr. Schwidde kwam (25% Heidemann en 75% Revermann). ‘Iron Lady’ zelf won 5e 1e en 10 x 2e! De beste prestaties van ‘Porto’ waren: Losplaats afst. a.d. pr. Toury 382 1.233 2 Dourdan 366 712 2 Dourdan 366 1.475 4 Toury 382 975 4 Bourges 479 1.904 7 (ca. 22e nat. van 14.246 d.) Op nationale vluchten werden in 2005 de volgende resultaten geboekt: Losplaats afst. a.d. pr. Vichy Zuid 566 4.298 1 Argenton 555 21.299 2 Vichy Zuid 566 4.298 2 Argenton Zuid 555 8.180 2 Vichy tot. 566 11.022 3 Vichy tot. 566 11.022 7 Op provinciaal niveau kwam Jos ook aardig voor de dag: Losplaats afst. a.d. pr. La Souterraine 593 401 1 Vichy 566 1.828 1, 2 en 7 Châteauroux 526 689 2, 4 en 9 Argenton 555 2.934 2 La Souterraine 593 2.129 2 Châteauroux 526 4.249 3 Vierzon 476 719 5, 7, 9 en 10 Tours 505 1.652 9
De topduiven van de nationale Vichyvluchten waren ‘Vichy I’ en ‘Vichy II’. De eerste (05-6234216) won 1e nat. Vichy in sector Zuid tegen 4.298 duiven met 5 minuten los vooruit( 3e in totaal concours)! Ze werd gekweekt uit ‘Clearwater’ 04-6058195 (uit ‘De 297’ van ’02 en ‘Sherryl’, die 7e semi-nat. Vierzon 1e Dourdan, 3e Toury en 7e Châteauroux won) met ‘Babaette’ 01-6387421, welke weer een dochter is van ‘Kleine Panter’, maar nu gekoppeld aan ‘Alana’ die 1e Vierzon, 1e Dourdan, 2 x 3e Dourdan en 1 x 4e Dourdan vloog. ‘Vichy II’ (05-6234202) eindigde in dezelfde semi-nationale vlucht als 2e (in totaal concours 7e van 11.022 duiv). Zij is een dochter van ‘Broer Emilio’ (uit ‘Othello’ van de Panterlijn x ‘Merlina’ waarvan de roots bij Lou Wouters in ’s Gravenwezel lagen) en ‘Hope’ (1e, 2e, 3e, 4e en 5e Dourdan, 7e Argenton en 15e Tours), die gekweekt werd uit de ‘199’ van ’02 met de ‘341’ van 2000 en deze laatste is weer uit de lijn van het ‘Panterke’. Voor Jos en zeker ook Lars is echter hun ‘Beauty’ 05-6234009 het meest belovend voor de toekomst. Zij kweekten haar uit hun ‘Beckham’ 01-6387174, die o.a. 1e prov. Argenton, 12e Limoges, 13e Blois, 15e Limoges en 16e Noyon won en gekoppeld was aan de ‘053’ (03-6287053) en dat was een dochter van ‘Barco’ en ‘Kitty’ die op het hok van Dr. Schwidde zaten en daar gekweekt werden uit duiven van Louis van Hove en Gebr. Janssen (de laatste via Jan Grondelaers). ‘Beckham’ daarentegen komt weer volledig uit de lijn van ‘Kleine Panter’ en ‘Yasmine’. ‘Beauty’ won o.a. 2e nat. Argenton (21.299 d.) en 9e Orleans van 1.132 duiven. Ze won 9 prijzen van 9 vluch- ten waarvan 6 in de verhouding 1 op 20! In alle genoemde duiven ziet men de kweekmethode terug: duiven uit dezelfde oude lijnen, gekruist met nieuwe inbreng en na op de vluchten gebleken geschiktheid weer terug naar de oude lijnen.
KAMPIOENSCHAPPEN. Het spreekt bijna vanzelf dat resultaten als hierboven beschreven ook tot belangrijke kampioenschappen leiden. In de kop boven de reportage vermeldde ik al, dat zowel in 2004 als 2005 het algemeen kampioenschap in Fondclub Antwerpen werd gewonnen, maar daar kan nog een lange lijst aan worden toegevoegd. We doen een keuze: 2e nat. kampioen (KBDB) kleine fond oude duiven 2e nat. kampioen (KBDB) kleine fond jaarlingen 3e nat. kampioen (KBDB) kleine fond oude duiven 3e nat. kampioen (KBDB) jaarlingen 1e gen. kampioen KBDB provincie Antwerpen tot 750 km 2 x 1e gen. kampioen midfond met jaarlingen in Union Antwerpen 2 x 1e gen. kampioen kleine fond met oude duiven, jaarlingen en jonge duiven in Fondclub Antwerpen 1e gen. kampioen kleine fond oude duiven in Union Antwerpen 7 x 1e Koning in zuid Antwerps Verbond 1 x Keizer Zuid Antwerps Verbond (5 jaar achtereen gen. kampioen) 3 x 2e gen kampioen Union Antwerpen 4e nat. asduif midfond KBDB met ‘Porto’ B03-6287006 4e en 5e nat. asduif midfond KBDB TENSLOTTE. Het relaas over de familie Vercammen is een uitgebreid verhaal geworden en dan toch maar een flauwe afspiegeling van het lange en diepgaande gesprek dat we in Vremde hadden. Een duif heb ik er niet in handen gehad, maar waar zulke prestaties worden behaald moeten de duiven ook in de hand een overweldigende indruk maken. Bepaald opvallend was de gedrevenheid waarmee Jos en de zijnen de duivensport beoefenen. Maar daarnaast was er ook de zucht om de verzorging zo efficiënt mogelijk te doen verlopen, zodat die slechts enkele uren per dag in beslag neemt. Met enkele honderden oude duiven en een dikke honderd junioren is dat opvallend weinig te noemen. Jos beseft echter dat er nog meer in het leven is dan duiven. Zijn dagelijkse tochtje op de racefiets mag er zeker niet bij in schieten… De ambitie om de sterkste te willen zijn staat er bijna borg voor, dat we in de toekomst nog meerdere exploten van hem en zijn duiven mogen verwachten. Daarom is hij een man die we in de gaten moeten blijven houden. De bijna ideale omstandigheden waaronder hij de duivensport kan beoefenen is daarop natuurlijk van grote invloed. Liefhebbers die bij hem aanklopten om versterking – en die deze ideale omstandigheden moeten missen – zijn met zijn duiven echter ook prima geslaagd. Van hen die de (ook voor ons navigatiesysteem…) moeilijk te vinden Grotehoeveweg 28 wisten te vinden, noemen we: M. van Gastel - Roosendaal 1e NPO-vlucht Tours 16.154 d. R. Jansen - Eibergen 1e NPO-vlucht Moeskroen 12.752 d. Rob Roks - Rucphen 1e NPO-vlucht Creil 14.467 d. idem - Rucphen 1e NPO-vlucht Tours 4.779 d. Roegiest & Visser - Philippine 1e NPO-vlucht Tours 10.666 d. idem - Philippine 1e NPO-vlucht Orleans 10.173 d. idem - Philppine 1e NPO-vlucht Orleans 4.448 d. J. Smets - Bergeyk 1e NPO-vlucht Argenton 9.591 d. Jac Konings - St. Willebrord 2e NPO-vlucht Châteauroux 14.092 d. Edmund König - Duitsland 1e nat. Aken 10.782 d. J.L. & N. Houben - Itegem 1e seminat. La Souterraine 9.864 d. idem - Itegem 1e prov. Châteauroux 7.286 d. Dat in binnen- en buitenland zo hard met de Vercammenduiven wordt gespeeld, kan geen toeval meer zijn. Het maakt eens te meer duidelijk op welk hoog peil de duivensport in het nietige Vremde wordt beoefend. Author : Martien Koreman |